Rodervaart

Eerste plannen

Er waren al plannen in 1837 voor de aanleg van een vaart vanaf het Leekstermeer via Roden, die een verbinding zou maken met de Norgervaart. Het was onderdeel van het Algemeen Plan van Kanalisatie in Drenthe uit 1838 van A. Kommers. Een klein deel (Oude Vaart, midden in Roden achter Mensinghe) werd in 1846 door de firma Balkema uit Delfzijl aangelegd, maar door geldgebrek werd dit stopgezet.
Er waren behalve de nog bestaande Ouwe Vaart in het Mensinghebos nog vaarten gegraven bij Huis ter Heide, bij Westervelde en bij Een... In tegenstelling tot die in Roden werden ze weer spoedig gedempt.
In 1846, waarbij door overvloedige regenval het Peizerdiep overstroomde en alle hooilanden rond het Leekstermeer en ook Leutingewolde onderliepen, werd er weer gesproken over zulk een hoofdkanaal om tot een betere waterafvoer te komen.

Eind 19e eeuw

Pas eind 19e eeuw kwamen de plannen in een stroomversnelling, voor Roden zeker omdat men de aanleg van een tramlijn voor wilde zijn i.v.m. de extra kosten van een spoorbrug en de te verwachten onteigeningsprocedures: deze nieuwe route was in het gebied tussen Roden en het Leekstermeer gepland.
De Rodervaart werd uiteindelijk aangelegd vanaf april 1891 tot einde 1892. De breedte was 6 meter en de diepgang 1.60 m. Er was slechts één brug voorzien en wel in de Haarveense weg.

Drukke route

Er waren veel schepen voor de industrie en ook de melkfabriek van Roden, die hiervoor speciaal bij de Roderhaven waren aangelegd. Dit laatste voornamelijk voor het voedingswater voor de stoomketels.
De Rodervaart en haven was drukbezocht, waardoor in 1916 de haven werd vergroot.
De Rodervaart was op zijn hoogtepunt drukbevaren (889 schepen per jaar kleiner dan 40 ton in 1923). Vanaf 1929 werd de Rodervaart verbreed voor grotere schepen en eveneens tot 1.80 m uitgediept, omdat veel schepen vastliepen.
Vanaf de vijftiger jaren liep de scheepvaart echter terug.

Verval

Omdat de vaart ook gebruikt werd als afvalwaterplaats voor de industrie en als een open riool van de gemeente Roden stonk deze behoorlijk en moest derhalve gesaneerd worden. Aangezien de enige toekomstige bestemming de recreatie was, is besloten om het eerste deel van de Rodervaart (tot de Ceintuurbaan Noord) te dempen, dit duurde van einde 1963 tot half 1964.

Dam

In 1970 wordt de draaibrug vervangen door een vaste dam (vandaar de benaming Damweg), verder vaarverkeer naar Roden is dan vanaf hier niet meer mogelijk.
Pas rond 1979 komt er een tweede, houten fietsbrug, ter hoogte en in het verlengde van de Sandebuursedijk. Er worden dan achter de Es van Leutingewolde langs fietspaden aangelegd richting paviljoen Cnossen, de Hemrik en Nienoord.
Bron R37

De oude draaibrug
(Bron R10).

Scheepvaart (ca 1950)
(Bron R11).

Scheepvaart
(Bron R11).

Het begin bij het Leekstermeer.

Bij de dam, anno 2013.