Leekstermeer

Het gebied rond het Leekstermeer (zelf groot 175 hectare) is het enige gebied in Drente dat beneden NAP ligt.
Water van de Drentse beken Peizerdiep en Eelderdiep kwam hier samen voordat het werd afgevoerd naar het Reitdiep.

Ontstaan

Na de laatste ijstijd ontstond hier een uitgestrekt laagveenlandschap, dat zowel door de zee, door beekwater van het Drents Plateau als door grondwater werd gevoed.
Het Leekstermeer is waarschijnlijk rond 1000-1200 nC ontstaan. Door vervening van het omringende land, vanuit Roderwolde of toen nog Roderwolde-Sandebuur, klonk het land steeds verder in, waardoor rond 1300 nC ten noorden van de zandplateaus Sandebuur en Leutingewolde een laagte ontstond.

Rond of voor 1200 nC is de Matsloot gegraven. Hierdoor ging een groter gebied in Noord Drenthe afwateren op de streek rond waar nu het Leekstermeer is, waardoor deze lage plek steeds voller werd.

Deze laagte (het enige deel in Drente beneden NAP) is daarna langzaamaan volgelopen met water, afkomstig van nog twee andere stromen die hier toentertijd stroomden:
  • de westelijke tak de Leke (stromend vanaf het huidige Leek en het veengebied rond Zevenhuizen)
  • de zuidelijk tak, komend vanaf de Haarvenen. Het tracé van deze laatste liep ongeveer op de route van de Rodervaart, het is ook terug te vinden via de hoogtelijnen op de tegenwoordige kaart.

Beide stromen ontmoetten elkaar rond waar nu de Rietboor ligt.

Eerste vermeldingen

Omstreeks 1449 zijn er de eerste vermeldingen van het Leekstermeer (toen ook Soltemeer genoemd) in de vis-regesten (het verdelen van de visrechten). De streek rond het Leekstermeer was toen nog onder invloed van het zeewater (vandaar de naam Solte?). Hierdoor ontstond op de onderliggende kleilagen een (laag)veengrond.
Bron R19

Het Leekstermeer-gebied was vanaf de Middeleeuwen onderdeel van het waterschap Nijzijlvest.
Door opkomst van de vervening werden rond 1560 vaarwegen naar Leek / Zevenhuizen verwezenlijkt, maar ook die richting Groningen en de Hunze verbeterd.

De landerijen langs het Leekstermeer liepen vroeger voornamelijk 's winters regelmatig onder water. Vandaar waren er tussen 1752 en 1758 al 25 Stukken betreffende verzoeken van de zijlrechters en ingelanden van Niekerk, Oldekerk, Faan, Lettelbert, Oostwold, Leutingewolde en Roderwolde om het waterpeil te verlagen.

Polder

Rond 1840 had men veel last van waterproblemen. De meeste waterschappen in Nederland waren zelfstandig en er was onvoldoende onderling overleg en samenwerking. In 1847 werd van overheidswege besloten de waterschappen onder landelijk gezag te brengen. Rond 1850 werd besloten tot een betere beheersing van de waterstand in de zuidelijke Leekstermeergebieden (vanaf de Jarrens tot en met Sandebuur).
Besloten werd tot de aanleg van de Leutingewolder-polder.

Tot in het begin van de 20-e eeuw stond een groot deel van dit gebied in de winter nog onder water. Pas na de afsluiting van de Lauwerszee in 1969 is de ontwateringsituatie zodanig verbeterd, dat overstroming van het gebied tot de hoge uitzonderingen behoort.



Overzichtskaart van de waarschijnlijke stromen (De linker rode lijn is de Rodervaart)
Bron R19

Het Leekstermeer met de nieuwe doorsteken